17 september 2013 – Symposium over bosgeschiedenis in multifunctionele bosbouw

In het kader van het project ‚Speuren naar bosgeschiedenis‘ kwamen vandaag Nederlandse en Duitse vakmensen op het gebied van natuur, bosbouw en monumentenzorg bij elkaar. Samen hebben ze gesproken over de mogelijkheden om het behoud, beheer en de toeristische ontsluiting van cultuurhistorisch en qua natuurwaarde belangrijke relicten te integreren in de multifunctionele bosbouw.

 

Zo’n 50 gemotiveerde gasten in Eethuis de Diepen

 

Grensoverschrijdende uitwisseling van ervaringen

Een groot aantal personen van Nederlandse organisaties op het gebied van natuur, bos en culuurhistorie, van de Duitse bosbouw en vele andere geïnteresseerden hadden gehoor gegeven aan de uitnodiging van de projectpartners voor een grensoverschrijdende uitwisseling van ervaringen, zodat dagvoorzitter Johan Thissen van NABU-Naturschutzstation Niederrhein zo’n 50 gemotiveerde gasten in Eethuis de Diepen te Milsbeek kon begroeten. Historicus Bernward Selter hield een inleiding over de geschiedenis van de bossen in de Euregio Rijn-Waal. Patrick Jansen van Probos sprak uitvoerig over de ervaringen van Nederlandse kollega’s, aangezien in Nederland cultuurhistorie in bossen al een decennium op de agenda staat. Voor alle toehoorders had hij een speciale tip voor vruchtbaar werk in bosbehoud: met ‘eerst een kopje koffie’ citeerde hij de Amerikaanse bosecoloog Hamish Kimmins, ‚het bos loopt immers niet weg‘. Burkhard van Gember (Wald und Holz NRW) presenteerde zijn concept voor de berekening van beheersvergoedingen voor behoud en herstel van landschap en cultuurhistorische patronen in bossen. Dit concept zal toepgast worden in het gebied Dingdener Heide bij Wesel. Seline Geijskes sloot de ochtend af met een presentatie over het omgaan met bosgeschiedenis bij Staatsbosbeheer.

 


Een korte eindbalans

Na de middagpauze presenteerde projectleider Dietrich Cerff van NABU-Naturschutzstation Niederrhein in het kort de inhoud en de resultaten van het project. Zo werden binnen de drie jaar looptijd onder meer lanen hersteld, een middeleeuwse vlasroot-vijver (De Koepel bij Groesbeek) opgeknapt en de resten van het landhuis Sint-Jansberg vrijgelegd om het veelzijdige gebruik van het bos in de afgelopen eeuwen weer zichtbaar te maken. Verder werden aan de westgrens van het Reichswald delen van een 500 jaar oude houtwal gerestaureerd, zodat de bezoeker weer een indruk  krijgt hoe ondoordringbaar voor mens en dier deze grensconstructies waren.

 

Dankwoord aan de gastsprekers van Johan Thissen


De resultaten overtuigen

Daarna waren er twee verschillende veldbezoeken, om de resultaten te bekijken. Aan Duitse zijde namen Hanns-Karl Ganser van Wald und Holz NRW en Wolfgang Wegner van Landschaftsverband Rheinland, Amt für Bodendenkmalpflege, de mensen mee het Reichswald in, onder meer naar de relicten uit twee wereldoorlogen, terwijl Fons Mandigers, Michiel Purmer (beiden van Natuurmonumenten) en Cees van Rooijen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aan Nederlandse zijde onder meer de resultaten van de maatregelen bij het voormalige landhuis Sint-Jansberg lieten zien. Deze excursies boden gelegenheid voor directe uitwisseling en wat men hoorde en zag werd intensief bediscussieerd. Ondanks het nabije einde van het project, eind dit jaar, voelen allen voor voortzetting. Zo merkte Hanns-Karl Ganser bij de aanblik van de weer gevlochten houtwal op dat er nog veel te doen is en men zich voortzetting van de maatregelen goed kan voorstellen.

 

 

 

Exkursie door het Reichswald 

Click a feature on the map to see the details